Hier vindt u de meest gestelde vragen over de DTT in een handig overzicht. Staat het antwoord dat u zoekt er niet bij? Neem dan vooral contact op.

Hoeveel tijd kost de afname van de DTT?

De afname van één toets van de adaptieve DTT van 2017 kost drie uur. Binnen deze maximale toetsduur kan 95% van de leerlingen de DTT afronden. Het is goed om er rekening mee te houden dat sommige leerlingen sneller klaar zijn.

Welke hulpmiddelen mogen mijn leerlingen gebruiken tijdens de DTT?

Voor het gebruik van hulpmiddelen bij het maken van de DTT geldt het volgende:

Kladpapier 
Leerlingen mogen kladpapier gebruiken. U moet het kladpapier wel vernietigen na de afname.

Rekenmachine
Als bij een opgave een rekenmachine is toegestaan, verschijnt deze in de hulpmiddelen balk. Het is niet toegestaan een eigen rekenmachine te gebruiken.

Woordenboek
Het gebruik van een woordenboek is niet toegestaan bij het maken van de DTT.

Tijdverlenging 
Heeft u leerlingen met een dyslexieverklaring? Dan mag u deze leerlingen een half uur extra toetstijd geven.

Hulpmiddelen in Facet
Facet heeft verschillende hulpmiddelen. Voor leerlingen met dyslexie is er verklanking beschikbaar. Daarnaast kunnen alle leerlingen een loep en digitaal kladblokje gebruiken. Andere hulpmiddelen zijn afhankelijk van de toets en soms per vraag verschillend. Het gaat hierbij om de rekenmachine, letterplankje, geodriehoek, gradenboog, kompasroos en liniaal. Via de ‘help’ knop in Facet krijgen leerlingen informatie over de hulpmiddelen.

Is bij de DTT een sterke leerling sneller klaar dan een minder sterke leerling?

Dit is niet het geval. De tijd die een leerling nodig heeft om de DTT te maken, hangt af van de hoeveelheid vragen die nodig zijn om een duidelijke diagnose te kunnen stellen en de snelheid waarmee de leerling deze vragen beantwoordt. Ook sterke leerlingen zullen voor hen passende vervolgvragen krijgen om hun relatieve verbeterpunten te kunnen diagnosticeren. 

Kan je de toets ook in de eerste klas al inzetten?

De vragen in de DTT zijn op niveau voor leerlingen halverwege het laatste jaar van de onderbouw in relatie tot de tussendoelen van SLO. Dat betekent, dat de toets niet geschikt is om op een ander moment af te nemen.

Krijgt een leerling direct feedback na afname van de toets?

Na afname van de adaptieve DTT kunt u de groeps- en leerlingrapportages direct na de afname in Facet downloaden. De schoolrapportages van de adaptieve DTT komen pas na de afnameperiode beschikbaar. De schoolrapportages van de pretest komen in mei beschikbaar. U krijgt een teken via de nieuwsbrief dat u deze rapportages kunt downloaden.

Zeggen de uitkomsten van de DTT ook iets over de niveaus wiskunde A, B, C, of D?

De DTT Wiskunde geeft een diagnose van de sterke punten en verbeterpunten van leerlingen op het gebied van Wiskunde aan het eind van de onderbouw. Deze diagnose is bedoeld om leerlingen in staat te stellen om met hun docent gericht te werken aan het uitbouwen van hun sterke punten en het groeien in hun verbeterpunten, ongeacht kun keuzes ten aanzien van hun profiel en keuzeruimte in de bovenbouw. De uitslag van de DTT is dus niet bedoeld als advies over de keuze voor wiskunde A, B, C, of D.

Worden de DTT domeinen van wiskunde ook bij rekenen gebruikt?

Dit is niet het geval. De DTT maakt gebruik van de domeinen van de tussendoelen, vier voor het vmbo en vijf voor havo en vwo:

• Domein Getallen (en variabelen)
• Domein Verhoudingen
• Domein Meten en meetkunde
• Domein Verbanden en formules
• Domein Informatieverwerking en onzekerheid (alleen havo en vwo)

Een nadere toelichting op deze domeinen kunt u vinden in de Toetswijzer 

Bij rekenen maakt men gebruik van de domeinen en niveau’s uit het referentiekader rekenen. Ieder niveau (fundamenteel 1F (po), 2F, 3F en de streefniveaus 1S, 2S, 3S) is inhoudelijk in vier domeinen ingedeeld:

• Getallen
• Verhoudingen
• Meten en meetkunde
• Verbanden

Een nadere toelichting op deze domeinen en niveaus kunt u vinden in het referentiekader rekenen.

Wat is het verband tussen een LVS en de DTT?

Het gebruik van de DTT en van een leerlingvolgsysteem (LVS) zijn nauw met elkaar verbonden. Het zijn allebei namelijk belangrijke aanvullende instrumenten om gepersonaliseerd leren tot stand te brengen. De leerlingobservaties en de beoordeling van de docent geven een beeld van de leerling. De DTT en toetsen uit een leerlingvolgsysteem vullen dit beeld aan. Daarmee kunnen de docent en de leerling het leerproces verder verbeteren.