De diagnostische tussentijdse toets (DTT) is een toets om van te leren. De DTT is één van de instrumenten in formatieve evaluatie. Leerlingen maken de DTT aan het eind van de onderbouw in het voortgezet onderwijs. De DTT laat zien wat leerlingen nodig hebben om vooruit te gaan in de vakken Nederlands, Engels en wiskunde.

Luuk zit in het laatste jaar van de onderbouw. Volgend schooljaar begint voor hem de bovenbouw, dan gaat hij op weg richting eindexamen. Luuk is een goede leerling. Voor de meeste vakken zijn de resultaten prima. Engels mag op een aantal onderdelen nog beter.
Simone is docent Engels. De laatste maanden van de onderbouw wil zij graag samen met Luuk en haar andere leerlingen aan de slag gaan om hun minder sterke punten aan te pakken en hun sterke punten uit te bouwen. Aan haar collega’s in de bovenbouw wil ze tips en aandachtspunten meegeven. Dan weten zij waar Luuk en de andere leerlingen nog extra aan kunnen werken op weg naar het eindexamen.
Hoe weet je als docent precies wat je leerlingen nodig hebben om hun vaardigheden te versterken? De Diagnostische Tussentijdse Toets, de DTT, geeft dat inzicht.

Wat is de DTT?
Vergelijk het met een auto. De DTT kijkt niet naar hoe ver je bent gekomen of hoe hard je kunt gaan. Waar het om gaat is wat er onder de motorkap zit. De DTT kijkt naar de onderdelen die nodig zijn om ver te kunnen komen. De toets laat zien welke onderdelen prima werken en welke onderdelen meer aandacht, onderhoud of een druppeltje olie nodig hebben. 

Hoe werkt het?
De DTT is een volledig digitale meting. De DTT is bovendien adaptief. Elk antwoord wordt meteen geanalyseerd. Die analyse bepaalt de vervolgvragen. Iedere opgave levert zo een waardevol brokje informatie. Alle brokjes samen geven een gedetailleerd inzicht. Dankzij het adaptieve karakter richt de DTT zich naar het niveau van de leerling. Dat geldt voor alle leerlingen, of ze nu vmbo, havo of vwo doen.
Leerlingen hoeven zich geen zorgen te maken over een slecht resultaat. Je krijgt namelijk geen cijfer voor de DTT. Wat je wel krijgt is een gedetailleerde rapportage. Docenten hebben hiermee een scherp beeld van de sterke en zwakkere punten bij hun leerlingen. Simone ziet bijvoorbeeld dat Luuks schrijfvaardigheid Engels best goed is. Dat kan hij nog verbeteren door aan zijn woordgebruik te werken. Voor elke leerling wordt een persoonlijke DTT rapportage gemaakt. Docenten krijgen daarnaast een rapportage voor de hele klas. Ook dat levert belangrijke inzichten op, waarmee zij in hun lessen rekening kunnen houden. 
De DTT wordt afgenomen in drie vakken: Nederlands, Engels en wiskunde. Dat gebeurt halverwege het laatste jaar van de onderbouw. Simone en Luuk hebben dan nog een paar maanden om met elkaar te werken aan een sterke basis voor de bovenbouw. Dat kan op meerdere manieren. Dat is een keuze die ze samen het beste kunnen maken. 
Het gaat bij de DTT niet om goed of fout of om ranglijst en een vergelijking van scholen. Het gaat om Luuk en al die andere kinderen in het vmbo, havo en vwo. De toets laat zien wat zij nodig hebben om hun vaardigheden naar een hoger niveau te tillen en wat de docent nodig heeft om dit te begeleiden. De ontwikkelpartners willen samen met de scholen de DTT als een waardevol nieuw meetinstrument ontwikkelen. Dat houdt in: samen nadenken, samen ideeën uitwisselen. En samen uitproberen in pilotafnames. Zo kan er een aantrekkelijke DTT ontstaan die voor leerlingen, ouders, verzorgers, docenten én scholen een absolute meerwaarde heeft. 

Een adaptieve en diagnostische toets

De DTT is een digitale adaptieve toets. Een adaptieve toets past zich aan op de manier waarop leerlingen antwoorden. Als leerlingen vragen goed of fout beantwoorden krijgen zij daardoor makkelijkere of juist moeilijkere vragen. Zo krijgt elke leerling een uitdagende toets op maat.

Alle leerlingen krijgen na de DTT een diagnose. Hierin staat op hoofd- en deelaspecten wat hun sterke punten zijn, en op welke punten ze zich verder kunnen ontwikkelen. Bovendien krijgen docenten een diagnose op groepsniveau. Met deze diagnose kunnen docenten onderwijs op maat bieden. Zo kunnen docenten het leerproces van leerlingen goed bijsturen. De DTT draagt op deze manier bij aan meer maatwerk in het voortgezet onderwijs.